Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 3.12

Het onderzoek naar bodemverontreiniging

Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021

1.. Het onderzoek met betrekking tot de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek dat is verricht volgens NEN 5740. 2.. Als op basis van het vooronderzoek de aanleiding bestaat te veronderstellen dat er asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, wordt het onderzoek ook uitgevoerd volgens NEN 5707. 3.. De verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht in te dienen, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van de in deze artikelen genoemde hoogtebepalingen. 4.. Als voor toepassing van artikel 3.11 bij het college al bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn, staat het college het toe geheel of gedeeltelijk af te wijken van de verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht in te dienen. 5.. Als voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, uit het in NEN 5725 bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is, dan wel dat de gerezen verdenkingen een volledig onderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen, kan het college toestaan dat gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel