**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het college gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 3:9 kan een vergunning worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**4..** Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 meter breed en 2,2 meter hoog wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog op de rijbaan voor fietsers en/of gemotoriseerd verkeer.
**5..** Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op:
standplaatsen als bedoeld in artikel 3.44;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;
situaties waarin er geen gevaar ontstaat voor de verkeersveiligheid;
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen;
zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover:
Elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg bevindt; en
Elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; en
Elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijs kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
haltepanelen, abri’s, Dynamisch Reizigersinformatiesysteem (DRIS) panelen, fietsenrekken, verkeersveiligheidsuitingen en oplaadpunten voor elektronische vervoermiddelen;
situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening NH2020.
**6..** De weigeringsgrond van het derde lid onder a geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
**7..** De weigeringsgrond van het derde lid onder b van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken.
**8..** De weigeringsgrond van het derde lid onder c van het vorig artikel geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
**9..** In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4.3
Artikel 3.24
Voorwerpen op of aan een openbare plaats
Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021