De vergunning kan door het college worden ingetrokken als:
blijkt dat de vergunning is verleend op basis van een onjuiste of onvolledige opgave;
er geen begin met de werkzaamheden is gemaakt binnen de termijn die bij de vergunning is bepaald;
de werkzaamheden langer dan een in de vergunning bepaalde termijn zijn gestaakt;
er wordt gehandeld in strijd met de beperkingen waaronder de vergunning is verleend, of met de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de vergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 3.53.
Intrekken van de vergunning in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021