Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6.1

Artikel 3.64

Algemene regels lozen bij graafwerkzaamheden

Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021

1.. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van graafwerkzaamheden in de volgende voorkeursvolgorde worden geloosd op of in de bodem, in oppervlaktewater of in een voorziening voor de inzameling en het transport van al of niet gemengd hemelwater of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 2.. Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster. 3.. Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l. 4.. Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m3/u. of minder als het riool ter plaatse dat vereist vanwege beperkte capaciteit.

Rechtspraak bij dit artikel