Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6.2

Artikel 3.70

Berging hemelwater (nieuwe situaties)

Onderdeel van Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Waterland 2021

1.. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt -in nieuwe situaties – in hemelwaterbergingsgebieden op ieder perceel een hemelwaterberging aangebracht en in stand gehouden voor tijdelijke waterberging. 2.. Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting en het beheer van de hemelwaterberging. 3.. Voor nieuwbouw geldt dat de neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein op ditzelfde terrein wordt opgevangen en vertraagd afgevoerd. 4.. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na tijdelijke berging van 24 uur in maximaal 60 uur weer beschikbaar is voor nieuwe hemelwaterberging. 5.. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging op privaat terrein redelijkerwijs niet mogelijk is en een redelijk alternatief mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel