Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Reikwijdte

Onderdeel van BIBOB beleid gemeente Medemblik 2022

1.. Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels is bepaald, de wet toe met betrekking tot: beschikkingen zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, met uitzondering van: beschikkingen ter zake van een alcoholvergunning voor inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet; beschikkingen ter zake van een alcoholvergunning waarbij de aanvraag uitsluitend dient voor het toevoegen of verwijderen van een leidinggevende; beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening(exploitatievergunning); beschikkingen zoals bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (seksbedrijf/escortbedrijf); beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementen) betreffende vechtsportevenementen. de aanvraag als bedoeld in bedoeld in artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Medemblik’, voorzover het een incidentele aanvraag betreft vanaf € 15.000; beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2:1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft: bouwactiviteiten waarvan de aanneemsom groter is dan € 500.000,- (excl. BTW); de aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet (omgevingsvergunning inrichtingen Wet milieubeheer) en in gevallen dat de inrichtingen vallen onder de risicocategorieën: inrichtingen zoals genoemd in categorie 28 van bijlage 1 onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het betreft afvalbewerking- en verwerkingsbedrijven en bedrijven die actief zijn in grondverzet; inrichtingen zoals genoemd in categorie 28 van bijlage 1 onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het betreft sloop- en autodemontagebedrijven; inrichtingen zoals genoemd in categorie 3.1 van bijlage 1 onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het betreft vuurwerkopslagplaatsen. de aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op de gevallen als bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid onder b en tweede lid onder c tot en met f van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie van een of meerdere partners van het samenwerkingsverband RIEC die een aanleiding vormen, onder andere door gebruik van de indicatorenlijst, om te vermoeden dat de beschikking zal worden misbruikt, dan zal het bestuursorgaan de wet toepassen bij: de aanvraag als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (vergunning voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat); de aanvraag ontheffing als bedoeld in artikel 9 van de Winkeltijdenverordening Medemblik, (nachtwinkels) indien er sprake is van nieuwe ontheffing voor een nachtwinkel, overname van een bestaande nachtwinkel of wijziging van rechtsvorm van de onderneming; de aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Medemblik (evenementenvergunning overige evenementen); de aanvraag als bedoeld in artikel 2:72 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Medemblik (verkoop van vuurwerk); 2.. Het bestuursorgaan kan ter zake van de in lid 1 sub a genoemde uitzonderingsgevallen van een betrokkene verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 3.. Het bestuursorgaan kan ter zake van andere dan de in lid 1 sub d genoemde evenementen van betrokkene verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 4.. Het bestuursorgaan kan ter zake van bouwactiviteiten die niet onder het toepassingsbereik van lid 1 sub f vallen, van een betrokkene verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 5.. Het bestuursorgaan kan ter zake strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van een betrokkene te verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 6.. Het bestuursorgaan kan ter zake de gunning van overheidsopdrachten, van een betrokkene verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 7.. Het bestuursorgaan kan ter zake een beschikking zoals bedoeld in artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Medemblik’ en die niet valt onder lid 1 sub e van dit artikel, van een betrokkene verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven. 8.. De gemeente kan de wet toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob waarbij de gemeente als partij betrokken is. Dit geldt voor alle huurtransacties vanaf € 25.000, uitgaande van een jaarhuur, en overige vastgoedtransacties vanaf € 50.000. Voorafgaand aan de onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij door middel van een integriteitsverklaring in kennis stellen dat een Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure. Vanaf gemelde drempelbedragen dient altijd een Bibob-vragenformulier te worden ingevuld, als bedoeld in artikel 6. 9.. Een integriteitsverklaring maakt een onlosmakelijk deel uit van iedere vastgoedtransactie. Bij alle vastgoedtransacties, ook beneden de in lid 1 genoemde drempelbedragen vindt een screening plaats, mede aan de hand van een indicatorenlijst. Vervolgens kan worden besloten om een Bibob-toets op te starten. Afhankelijk van de uitkomst van de screening en/of de Bibob-toets, worden de onderhandelingen wel of niet opgestart. 10.. Het bestuursorgaan zal de wet toepassen bij vastgoed – en grondtransacties en bij de gunning van overheidsopdrachten, indien: vanuit ambtshalve bekende informatie of eigen bevindingen en/of; vanuit één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of; vanuit: het OM als tip ex artikel 26 Wet Bibob; het bureau als tip ex artikel 11 en 11a Wet Bibob (wanneer op basis van artikel 11 a van de wet het bureau betrekking hebbend op informatie dat de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het bureau); een ander bestuursorgaan (wanneer de Wet Bibob daartoe is uitgebreid); informatie wordt ontvangen, waarbij sprake is van mindere mate danwel ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; 11.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan de betreffende strategisch manager gemotiveerd besluiten dat er geen BIBOB toets wordt gedaan. De directie wordt van zijn besluit altijd in kennis gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel