Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening fysiek domein gemeente Haarlemmermeer 2023

In deze verordening wordt verstaan onder: Algemeen bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld; houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; laad-, sleep- en bewaartarief: kosten die worden berekend vanaf het moment dat een medewerker van het wegsleepbedrijf bezig is met het daadwerkelijk wegslepen van het voertuig. motorrijtuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingswet; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in deze begripsbepalingen; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of een persoonlijk recht; uitrijtarief: kosten die in rekening worden gebracht op het moment dat de opdracht tot wegslepen wordt verstrekt en waarbij ook daadwerkelijk wordt uitgereden. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; Erfgoed gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18; gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid; gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht; stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden; Begraafplaatsen algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; begraafplaatsen: de begraafplaatsen: Godsakker, gelegen aan de Kerkweg 26 te Spaarnwoude; Wilgenhof, gelegen aan de Hoofdweg 395 te Hoofddorp; Taxushof, gelegen aan de Rustoordstraat 17 te Nieuw-Vennep; Lindenhof, gelegen aan de Papaverstraat 30 te Nieuw-Vennep; lepenhof, gelegen aan de Hoofdweg 776 te Hoofddorp; Meerterpen, gelegen aan de Spieringweg 1021 te Zwaanshoek; beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt; gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend; graf: een zandgraf of keldergraf; grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; particulier graf dan wel eigen graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. particulier urnengraf dan wel eigen urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; Kappen boom: houtachtige, overblijvende gewassen met een dwarsdoorsnede van de stam minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; dunning: kappen, dat uitsluitend als voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; gemeentelijke boom: een boom die op grond staat in eigendom van de gemeente; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal; knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; monumentale boom en waardevolle toekomstboom: een boom die als zodanig is aangewezen op de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bomenlijst met monumentale en waardevolle toekomstbomen; vellen: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom of van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; Buitenruimte Activiteitenbesluit milieubeheer: het Activiteitenbesluit milieubeheer; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; gevelreiniging: het met behulp van schoonmaakapparatuur verwijderen van aanslag, verf, conserveerlagen of enig andere dergelijke stof van gevels, muren, daken, puien, bruggen, viaducten, pijlers of andere vergelijkbare oppervlakken; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; openbaar groen: met het openbaar groen wordt bedoeld hetgeen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken, plantsoenen en speelveldjes, maar ook struiken, bermen en bomen die in eigendom zijn van de gemeente Haarlemmermeer; openbare parkeerplaats: plaats op de weg waar het op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Rvv) is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op de rijbaan of de plaatsen die specifiek voor het parkeren bestemd zijn; standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24; uitweg: een directe overgang voor motorvoertuigen vanaf een perceel op de openbare weg. Met uitweg wordt niet bedoeld het gedeelte van de ontsluiting die op grond ligt van de eigenaar van het perceel waartoe de ontsluiting dient. Met het begrip “uitweg” worden gelijkgesteld de begrippen “uitrit” en ”oprit”; verlichte handelsreclame: handelsreclame waarbij de lichtbron onderdeel uitmaakt van de constructie; vaartuig: alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; woonschepen: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woonverblijf van een of meer personen; Winkeltijden feestdag: Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, Kerstavond, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag; goederen: roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van binnenlandse en buitenlandse wettige betaalmiddelen; particulier: degene die een goed koopt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; winkel: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht; Kabels en leidingen Kabels en leidingen: één of meer kabels en leidingen, daaronder in ieder geval begrepen dat wat onder kabels en leidingen wordt verstaan in artikel 1.1., onder z., van de Telecommunicatiewet, en daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; leidingexploitant: degene onder wiens verantwoordelijkheid een kabel of leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd; openbare gronden: openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken en wateren met de daarbij behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn; werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: werkzaamheden in openbare gronden met een sleuflengte van maximaal 10 meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel