Naar hoofdinhoud
1.. Het college subsidieert per uur per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende subsidiebedragen: voor de in artikel 3 lid 1 sub a genoemde doelgroep per bezette peuterplaats per jaar: uren per week x aantal weken per jaar x € 9,73 minus de geldende ouderbijdrage conform artikel 5, voor maximaal 640 uur per jaar; voor de in artikel 3 lid 1 sub b genoemde doelgroep per bezette peuterplaats per jaar: 4 uren per week x aantal weken per jaar x € 9,73 plus over 12 uren per week het verschil tussen € 9,73 en het fiscaal uurtarief voor maximaal 640 uur per jaar; voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde reguliere peuters per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken per jaar * het fiscaal uurtarief minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2023 met een maximum van 320 uren per jaar; Voor de in Artikel 3 lid 2 sub b genoemde pedagogisch beleidsmedewerker VE een bedrag van € 441,50 per jaar (per op 1 januari 2023 geplaatste VE-peuter). 2.. Deze regeling wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Hierin worden de geïndexeerde bedragen opgenomen die voor dat jaar van toepassing zijn. 3.. Het college behoudt zich het recht om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel