Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XI:

Artikel 27:

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023

1.. Voor uittreding uit de Regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één kalenderjaar in acht genomen. Gedurende drie kalenderjaren na de datum van toetreding tot de Regeling is uittreding niet mogelijk. 2.. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan de voorzitter van het Algemeen bestuur medegedeeld. 3.. Het Algemeen bestuur stelt de door de accountant bepaalde frictiekosten en uittredingskosten en het door partijen opgestelde uittredingsplan vast. Onderdeel van het uittredingsplan is de overname van personeel dat de terug te nemen taak binnen het SVHW uitvoert door de Deelnemer. 4.. De frictiekosten voor een Deelnemer betreffen de jaarlijkse bijdrage van bedoelde Deelnemer vermenigvuldigd met het aandeel van de Frictiekosten van de totale deelnemersbijdrage (in procenten), vermenigvuldigd met het aantal maanden dat nodig is om de frictiekosten om te buigen gedeeld door 12; 5.. Het aantal maanden dat nodig is om de frictiekosten om te buigen bedraagt voor een Deelnemer in de Grootteklasse: 6.. Bij gelijktijdige uittreding van meerdere Deelnemers wordt de Grootteklasse per Deelnemer bepaald door de som van de individuele relatieve deelnemersbijdragen van de uittredende Deelnemers. 7.. Nadat de frictiekosten zijn vastgesteld, is de uittredende Deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het SVHW te voldoen. 8.. Bij uittreding van een deelnemer vindt geen verrekening van het vermogen plaats. 9.. Indien een liquidatieplan moeten worden vastgesteld, wordt dit door de accountant van het SVHW gedaan, op kosten van de uittredende Deelnemer(s).

Rechtspraak bij dit artikel