In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
De treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
De juistheid, tijdigheid en volledigheid van informatie verzekerd zijn;
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere betalingstransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 15.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut 2022