Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten:
Het uitzetten van overtollige middelen mag alleen plaatsvinden bij:
het Agentschap in het kader van Schatkistbankieren;
financiële instellingen tot het drempelbedrag;
een decentrale overheid niet zijnde toezichthoudende provincie.
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s en Nederlands staatspapier;
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 5 genoemde tegenpartijen toegestaan;
De gemeente vraagt bij minimaal 2 instellingen offertes op alvorens een uitzetting met een looptijd vanaf één jaar wordt gedaan.