**1..** De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzoeken.
**2..** De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de verblijfsbelasting ambtshalve te schatten.
**3..** Met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde schatting van de grondslag geldt dat, indien beschikbaar, de grondslag voor de aanslag van het voorgaande belastingjaar gebruikt wordt. In alle andere gevallen zal de schatting plaatsvinden op basis van alle ter beschikking staande gegevens.
Artikel 13
Aangifteplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van verblijfsbelasting 2023