Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing

1.. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1. van hoofdstuk 1 en de onderdelen 2.1.1.1, 2.1.1.2, 2.1.1.3 van hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.2 tot en met 1.3 van hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd aan het einde van het belastingjaar. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 van hoofdstuk 1 en de onderdelen 2.1.1.1, 2.1.1.2, 2.1.1.3 van hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 van hoofdstuk 1 en de onderdelen 2.1.1.1, 2.1.1.2, 2.1.1.3 van hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 6.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4. en 1.5 en hoofdstuk 2 onderdeel 2.1.2, 2.1.3 en 2.2 t/m 2.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 7.. Voor de belasting bedoeld in Hoofdstuk 1 van de tarieventabel die bij wege van aanslag wordt geheven geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. 8.. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel