1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatietraject vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze.
2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota:
a. doel van participatie;
b. beïnvloedingsruimte van participatie;
c. kaders voor participatie;
d. beschrijving van de fases van het traject en de rol van betrokkenen in deze fases;
e. begroting van de kosten.