1. Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt € 225 per jaar per onroerende zaak.
2. Voor zover de waarde van de onroerende zaak in het heffingsjaar hoger of gelijk is dan
€ 500.000 en lager dan € 1.000.000 wordt het in het eerste lid genoemde bedrag vermeerderd met € 225 per jaar.
3. Voor zover de waarde van de onroerende zaak in het heffingsjaar hoger of gelijk is dan
€ 1.000.000 wordt het in het eerste lid genoemde bedrag vermeerderd met € 650 per jaar.
4. Indien de waarde in het heffingsjaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
5. Indien de waarde van de onroerende zaak in het heffingsjaar enkel uit delen bestaat die, tot in hoofdzaak, tot de woning dient, is het tarief gelijk aan het tarief genoemd in artikel 7, lid 1.
6. Indien er sprake is van deelgebruik van één onroerende zaak en er voor deze delen, volgens de wet WOZ, in het heffingsjaar geen waarde wordt toegekend, is elke belastingplichtige een tarief verschuldigd zoals vermeld in artikel 7, lid 1.
Artikel 6
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting De Rieze Ulft 2023