**1..** Kabels en leidingen hebben vanaf bovenkant leiding tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij:
- - elektra: 0,70 – 0,90 m;
- - water: 1,00 m;
- - gas: 0,90 m;
- - telecommunicatie: 0,60 m;
- - warmte: 1,00 m;
- - riool: 1,20 m of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding.
**2..** Indien kabels en leidingen elkaar kruisen
- - distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
- - vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen;
- - bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m.
**3..** Er moet een strook tussen 0,70 m -mv en 0,90 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.