(Grondslag 5.23 Verordening SD Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven)
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of definitief de toegang tot dit vervoer ontzeggen,
indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de taxibus verstoort of de veiligheid van de taxibus en inzittenden in gevaar brengt.
bij herhaling sprake is van verwijtbare loosmeldingen door de vervoerder over de leerling.
Het college onderneemt hiervoor de volgende stappen:
Na melding van de klacht door vervoerder of andere ouders/leerlingen wordt een onderzoek gestart en met alle betrokkenen gesproken.
Blijkt er sprake te zijn van verwijtbaar gedrag van de leerling dan stuurt het college een waarschuwingsbrief aan de ouders.
Bij een volgende gegronde klacht kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van één volle schoolweek. Er volgt een 2e waarschuwingsbrief aan ouders.
Bij een volgende gegronde klacht kan een schorsing per direct volgen, voor een periode van 4 weken. Er volgt een 3e waarschuwingsbrief aan ouders.
Bij een volgende gegronde klacht volgt met een 4e brief aan ouders een definitieve schorsing uit het aangepast vervoer. Naar het oordeel van het college kan deze schorsing ook gelden voor meerdere schooljaren.
De ouders worden hiervan gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld en kunnen tegen dit besluit bezwaar maken.
Het college kan gemotiveerd afwijken van het stappenplan uit het tweede lid.
Het college gaat na de ontzegging van de toegang tot het vervoer in gesprek met ouders om tot een passende vervoersoplossing te komen voor de leerling.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.8
Ontzegging van toegang tot het aangepast vervoer
Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven