Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5a.

Artikel 5a.4

Hoogte bestuurlijke boete en last onder dwangsom (grondslag artikel 1.66 en 1.72 Wko)

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Bij de berekening van de bestuurlijke boete en de hoogte van de dwangsom wordt voor alle overtredingen het bedrag dat is neergelegd in het afwegingsmodel (bijlage 4) als uitgangspunt gehanteerd. 2.. In afwijking van het eerste lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat één vijfde van het normbedrag de richtlijn is. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel (bijlage 4) waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van het bedrag al afgestemd op deze voorziening. 3.. In afwijking van het eerste lid geldt voor houders van een kindercentrum met een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang één derde van het normbedrag in het afwegingsmodel (bijlage 4). 4.. In afwijking van het eerste lid geldt voor houders van een kindercentrum met een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang twee derde van het normbedrag in het afwegingsmodel (bijlage 4). 5.. Bij de bepaling van de grootte van de houder is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken. 6.. Aanvullend op het afwegingsmodel (bijlage 4) wordt de hoogte van de bestuurlijke boete en dwangsom afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. 7.. Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een bestuurlijke boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel