Bij het uitvoeren van het herstellend traject kan het college de volgende handhavingsmiddelen inzetten:
a. een aanwijzing;
b. last onder dwangsom dan wel een last onder bestuursdwang;
c. exploitatieverbod;
d. intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering uit het LRK.
Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een handhavingsmiddel uit het eerste lid over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsmodel (bijlage 4):
a. Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 7 dagen worden hersteld.
b. Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld.
c. Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 21 dagen worden hersteld.
De termijnen uit lid 3 worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien het een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang betreft.
Het college kan gemotiveerd afwijken van de hersteltermijnen uit lid 3 en 4. Indien de ingezette handhavingsmiddelen niet hebben geleid tot beëindiging van de overtreding(en) kan overgegaan worden tot het intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het LRK.
Hoofdstuk 5a.
Artikel 5a.3
Herstellend traject Wet kinderopvang (grondslag artikel 1.65 en 1.66 Wko)
Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven