Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.10

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

Bij de toepassing van de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub n en r van de Participatiewet: a.. gaat het college er per definitie vanuit dat de vrijlating bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; b.. stelt het college het recht op een inkomstenvrijlating ambtshalve vast of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag; c.. stelt het college het recht op een inkomstenvrijlating voor personen die freelance of als zelfstandige werken op aanvraag vast. Dit geldt ook voor personen met een Bbz-uitkering (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004); d.. bepaalt het college, als dit noodzakelijk is, welke gegevens een uitkeringsgerechtigde voor de vaststelling van het recht op een inkomstenvrijlating moet verstrekken, alsmede de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken; e.. wordt de inkomstenvrijlating éénmalig per bijstandsperiode toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel