Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 3.7

(Studietoeslag)

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Een verzoek om een studietoeslag, als bedoeld in artikel 36b Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld format onder overlegging van: een bewijs van het ontvangen van studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; en ingeval van stage: een kopie van de stageovereenkomst waaruit de hoogte van de stagevergoeding blijkt. 2.. Belanghebbende kan bij de aanvraag een deskundigenverklaring verstrekken waarin staat waarom belanghebbende niet in staat is om naast de studie inkomsten te verwerven. 3.. Het college laat het geneeskundig advies als bedoeld in artikel 36b lid 2 Participatiewet achterwege indien: direct duidelijk is dat er recht bestaat op studietoeslag gelet op de ernst en aard van de medische beperking; belanghebbende niet voldoet aan voorwaarden van artikel 36 b lid 3 Participatiewet; belanghebbende naast zijn studie inkomen uit loondienst of als zelfstandige heeft, niet zijnde inkomsten uit stage. 4. . Wanneer een eerder afgegeven medisch advies inzake de beoordeling structureel medische beperking daartoe aanleiding geeft, bepaalt het college dat binnen een bepaalde periode een nieuw medisch advies zal worden gevraagd om te beoordelen of belanghebbende nog steeds niet in staat is om naast de studie te inkomsten te verwerven. 5. . Als door het college is vastgesteld dat recht op studietoeslag bestaat, wordt de studietoeslag toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend. 6. . In de maand dat de inwoner verjaart, wordt vanaf de eerste dag van die maand de norm toegekend passend bij die nieuwe, hogere leeftijd. 7. . In afwijking van lid 6 wordt studietoeslag met terugwerkende kracht ook toegekend over een periode die is gelegen voor de dag waarop de belanghebbende de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend als: belanghebbende daarom verzoekt; en belanghebbende over deze periode voldoet aan de voorwaarden voor het recht op studietoeslag. 8. . De uitbetaling van de studietoeslag vindt maandelijks plaats, met uitzondering van het deel dat met terugwerkende kracht wordt toegekend. De studietoeslag die met terugwerkende kracht wordt toegekend, wordt na toekenning als een bedrag ineens uitbetaald. 9. . Voor de hoogte van de studietoeslag wordt aangesloten bij de bedragen vastgesteld in de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 36b lid 1 Participatiewet. 10. . In afwijking van lid 10 wordt studietoeslag voor 18- en 19-jarigen toegekend ter hoogte van €206 per maand (prijspeil 2022) en jaarlijks aangepast op basis van de Consumenten Prijs Index. 11. . Bij een aanvraag bijzondere bijstand wordt de studietoeslag niet meegenomen in de draagkrachtberekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel