Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.7

Ontzegging van toegang tot het aangepast vervoer (grondslag 5.4)

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk, voor de rest of een deel van het schooljaar definitief de toegang tot dit vervoer ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door verwijtbaar gedrag de orde in de bus verstoort of de veiligheid van de bus en inzittende in gevaar brengt. 2.. Het college hanteert daarbij de volgende procedure: a.. Na melding van de klacht bij het college wordt een onderzoek gestart door het college. Daarbij wordt gesproken met het vervoersbedrijf, de chauffeur, de ouders en de school. b.. Blijkt er sprake te zijn van verwijtbaar gedrag dan stuurt het college een waarschuwingsbrief aan de ouders. Het vervoersbedrijf ontvangt hiervan een kopie. c.. Bij een volgende klacht wordt het onderzoek onder a. herhaald en volgt een tweede waarschuwingsbrief door het college aan de ouders. Het vervoersbedrijf ontvangt hiervan een kopie. d.. Na de tweede waarschuwingsbrief volgt een schorsing van de leerling uit het vervoer van één of enkele dagen. e.. Bij een volgende gegronde klacht binnen hetzelfde schooljaar is het college gerechtigd de leerling tijdelijk, tot het einde van het schooljaar of definitief uit het vervoer te verwijderen. De ouders worden hiervan gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld en kunnen tegen dit besluit bezwaar maken. 3.. Het college gaat na de ontzegging van de toegang tot het vervoer in gesprek met ouders om tot een passende vervoersoplossing te komen voor de leerling.

Rechtspraak bij dit artikel