** 1. .** Er wordt in beginsel geen vervoersvoorziening verstrekt omdat de kosten voor vervoer behoren tot algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
** 2. .** De verantwoordelijkheid voor vervoer en bijkomende kosten liggen bij de werkgever en de (potentiële) werknemer. Daarom worden zij, in lijn met lid 1, geacht afspraken te maken over het vervoer en eventuele bijkomende kosten voor het vervoer.
** 3. .** Met het niet zelfstandig reizen, zoals beschreven in artikel 3.13 lid 1 en lid 2 van de Verordening SD, wordt bedoeld het niet zelfstandig gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, of het zich niet kunnen verplaatsen te voet of per fiets binnen een afstand van 5 respectievelijk 10 kilometer.
** 4. .** In bijzondere individuele omstandigheden kan er afgeweken worden van het gestelde in lid 1 en 2. Het vervoer moet dan:
Onderdeel zijn van een vastgesteld re-integratietraject en/of
Leiden tot arbeidsinschakeling en uitstroom uit de Participatiewet waardoor er geen bijstandsafhankelijkheid meer is.
** 5. .** In situaties zoals bedoeld in lid 4 dient er waar mogelijk ingezet te worden op het vergroten van de zelfredzaamheid waardoor de inwoner zich alsnog zelfstandig kan vervoeren.
** 6. .** In situaties zoals bedoeld in lid 4 wordt de vergoeding voor maximaal twee jaar verstrekt.
** 7. .** Lid 6 is niet van toepassing voor inwoners die werken met een loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet.
** 8. .** Indien een inwoner -in de situatie zoals bedoeld in lid 3- met een eigen vervoersmiddel reist, komen alleen de aantoonbare meerkosten voor het woon-werkverkeer in aanmerking voor vergoeding.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 3.7e
Vervoersvoorziening (grondslag artikel 3.13 Verordening SD)
Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven