Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vergunningsvrij plaatsen zonnepanelen gemeentelijke monumenten

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregel zonnepanelen op, aan en bij beschermde monumenten Berg en Dal 2023

Er is geen omgevingsvergunning nodig voor het plaatsen van zonnepanelen aan, op of bij gemeentelijke monumenten, als: Er wordt voldaan aan alle hierna volgende voorwaarden: De zonnepanelen en bijbehorende kabels, leidingen en installaties zijn niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied. De opbrengst van de zonnepanelen is uitsluitend ten bate van het betreffende beschermde monument. Er wordt geen cultuurhistorisch groen en/of ander als zodanig als waardevol gekwalificeerd groen gekapt ten behoeve van het plaatsen van de zonnepanelen. Er zijn aan of op het beschermde monument geen constructieve voorzieningen noodzakelijk om het beschermde monument te versterken ten behoeve van de zonnepanelen. De locatie van de zonnepanelen en bijbehorende kabels, leidingen en installaties betreft geen cultuurhistorisch waardevolle tuin- of erfaanleg. De zonnepanelen voldoen aan de in lid 2 genoemde criteria. Er wordt voldaan aan de volgende criteria: Algemeen: Het benodigde kabel- en leidingwerk en bijbehorende installaties ten behoeve van de zonnepanelen, tasten geen cultuurhistorisch waardevolle interieurelementen, gevelaanzichten of monumentale waarden aan. De dakbedekking waarop de zonnepanelen worden geplaatst, bestaat niet uit leisteen, riet, koper, zink, lood of een waardevolle en bijzondere dakbedekking of dakpan. Er is sprake van reversibele plaatsing. Dit betekent dat de zonnepanelen geplaatst en verwijderd kunnen worden zonder dat er schade ontstaat aan het beschermde monument. Bij plaatsing op schuine daken: De zonnepanelen worden binnen het dakvlak gelegd. Bij plaatsing van de zonnepanelen op een hellend dakvlak worden de zonnepanelen in 1 aaneengesloten vierkant of rechthoekig vlak gelegd. Daarbij liggen er geen dakelementen in het vlak zonnepanelen. Of in andere woorden: de zonnepanelen mogen niet worden onderbroken door dakelementen. De zonnepanelen moeten direct op en evenwijdig aan de hellingshoek van het dakvlak aangelegd worden. De afstand tussen de zonnepanelen, dakelementen, de dakrand en de nokvorst is minimaal 50 centimeter. De bestaande onderliggende dakbedekking blijft gehandhaafd. Bij plaatsing op platte daken: De zonnepanelen liggen binnen een hoek van 0° tot 15° t.o.v. het dak, met een minimale afstand tot de dakrand gelijk aan de hoogte van de collector op paneel, maar in ieder geval minimaal 50 centimeter. De zonnepanelen zijn niet zichtbaar openbaar toegankelijk gebied. De bestaande onderliggende dakbedekking blijft gehandhaafd. Vormgeving: De kleur van de zonnepanelen en de profielen zijn zoveel mogelijk afgestemd op de kleuren van de dakvlakken, zonder patronen of opvallende randen. Als dat niet mogelijk is, hebben zwarte, antracietkleurige of donkergrijze zonnepanelen zonder opvallende randen of patronen altijd de voorkeur. De zonnepanelen zijn vierkant of rechthoekig.

Rechtspraak bij dit artikel