a. Gezinnen / huishoudens met
a. ten laste komende thuiswonende schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar en
b. een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) als bedoeld in paragraaf 3 van de Participatiewet;
b. Chronisch zieken en gehandicapten van 18 jaar en ouder met een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) als bedoeld in paragraaf 3 van de Participatiewet en
1. een indicatie van tenminste 26 weken voor een voorziening op grond van
• de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
• de Wet langdurige zorg (Wlz)
• de Zorgverzekeringswet (Zvw) in de vorm van persoonlijke verzorging
• de Jeugdwet (niet zijnde pleegzorg, opvoedondersteuning of behandeling) of
2. bezitter van een gehandicaptenparkeerkaart (als bestuurder of passagier) of
3. een uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid (tenminste 80%)
c. Gezinnen - met ten laste komende thuiswonende schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar - die voor schuldhulpverlening in aanmerking komen.
Een nettomaandinkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm (beiden inclusief vakantietoeslag) leidt tot verlies van het recht op aanspraak op de regeling.