Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2023

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 3 van de Marktverordening vastgestelde dag, tijd en plaats; marktterrein: de gehele openbare of voor publiek toegankelijke oppervlakte grond die bij of krachtens artikel 3 van de Marktverordening is aangewezen voor de uitoefening van markthandel; marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college; maand: kalendermaand; week: periode van zeven achtereenvolgende dagen beginnende met de maandag; dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen door het college voor het uitoefenen van de markthandel; standplaatshouder: ieder aan wie door het college is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten; dagplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een standplaatshouder, omdat een dergelijke plaats niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen; vaste plaats: een standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; een vaste plaats met hoek: een vaste plaats die aan twee zijden aan een voor het publiek geprojecteerde gang is gelegen; vergunninghouder: degene aan wie vergunning is verleend tot het innemen van een vaste plaats op het marktterrein.

Rechtspraak bij dit artikel