Naar hoofdinhoud
Een gezin / huishouden met A. ten laste komende thuiswonende schoolgaande kinderen die als leerling(e) van een instelling voor Primair Onderwijs zijn ingeschreven (kinderen in de leerjaren 1 tot en met 8) B. een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag). C. een vermogen niet hoger dan de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet. Een inkomen boven 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en/of vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens, leidt tot verlies van het recht op aanspraak op de regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel