Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Legesverordening Alkmaar 2023

Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; diensten die op grond van een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (wijzigen rijksmonument); het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (veranderen provinciaal/gemeentelijk monument); het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (kappen bomen, vellen houtopstanden) voor zover noodzakelijk als gevolg van stormschade, ouderdom of ziekte, en als op gemeentegrond voor zover noodzakelijk; het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon of bezoldiging; de aan belanghebbenden uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan, voortvloeiende uit de rechtstoestandsregelingen voor het personeel van de gemeente; het verstrekken aan de publiciteitsmedia van de voorstellen aan de raad en van de gemeentebegroting met de daarbij behorende bijlagen; een vergunning voor het gebruik van de openbare weg of openbare groenvoorziening voor een wijkfeest, buurtfeest, straatfeest en buurt- of straatrommelmarkt; een ontheffing op grond van de Zondagswet voor een wijkfeest, buurtfeest, straatfeest en buurt- of straatrommelmarkt; een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet voor een wijkfeest, buurtfeest, straatfeest en buurt- of straatrommelmarkt; een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Huisvestingsverordening; het houden van collectes, inzamelingsacties en een klein kansspel door liefdadigheidsorganisaties en verenigingen zonder winstoogmerk; een vergunning voor het van gemeentewege plaatsen van bloembakken op de openbare weg; het voor ten hoogste van twee dagen op de openbare weg plaatsen van een container in gebruik voor de afvoer van afvalstoffen of de opslag van goederen; het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag zoals bedoeld in titel I hoofdstuk 7 van de Tarieventabel behorende bij deze verordening, als deze verklaring noodzakelijk is voor de uitvoering van vrijwilligerswerk; het in behandeling nemen van een aanvraag voor een exploitatieverklaring voor een kinderdagverblijf of een gastoudergezin; het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van niet commerciële kleinschalige activiteiten tot ten hoogste 250 deelnemers en/of bezoekers, ingediend door natuurlijke personen of organisaties zonder winstoogmerk, die zich volgens haar statuten of op een andere manier de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale, liefdadige, godsdienstige, culturele aard of tot bevordering van het algemeen belang, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. De vrijstelling wordt alleen verleend voor de leges als bedoeld in artikel 3.2.1.1, 3.1.2 en 1.15.13 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening; een kennelijk onbedoelde aanvraag om een omgevingsvergunning; het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (kappen bomen, vellen houtopstanden) als blijkt dat deze aanvraag vergunningvrij is als bedoeld in artikel 9:3lid 2 van de Verordening fysieke leefomgeving en/of artikel 2.2, eerste lid, onder h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (bij, op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren) als blijkt dat deze aanvraag vergunningvrij is als bedoeld in artikel 7:4 van de Verordening fysieke leefomgeving; het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als blijkt dat deze aanvraag vergunningvrij is als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht; het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als blijkt dat deze aanvraag vergunningvrij is als bedoeld in artikel 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht; een aanvraag om een omgevingsvergunning die op verzoek van het bevoegd gezag wordt ingetrokken. leges zoals genoemd in de artikelen 1.11.1 tot 1.11.7 van de tarieventabel onder ‘Ontheffingen verkeer’ worden niet geheven voor motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, zoals genoemd in artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel