**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger.
**3..** In afwijking van lid 2 bedraagt de verlaging als bedoeld in lid 1 van dit artikel 15% van de bijstandsnorm gedurende de tijd dat belanghebbende onafhankelijk van bijstand had kunnen zijn, indien belanghebbende voorafgaande aan het moment waarop het recht op bijstand ontstaat, zijn vermogen verantwoord had ingeteerd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Wet Inburgering, IOAW en IOAZ 2022