In het PIP worden vastgesteld:
de te volgen leerroute;
de daarvoor nodige ondersteuning en begeleiding (voortgangsgesprekken);
de intensiteit van het PVT en de MAP;
voor zover van toepassing: de mogelijkheden van voor- of vroegschoolse educatie; en
indien het gaat om een asielstatushouder: de intensiteit van de leerroute.
Het PIP voor bijstandsuitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen bevat, naast het bepaalde in het eerste lid, de beschikkingen op grond van de Participatiewet inzake opgelegde arbeids- en re- integratieverplichtingen (en/of ontheffingen) en inzake toegekende re-integratievoorzieningen.
Het PIP voor bijstandsuitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bevat, naast het bepaalde in het eerste en het tweede lid, de ‘ontzorgingsbeschikking’ op grond van artikel 56a Participatiewet.
Zo snel mogelijk na de afname van de brede intake stelt het college de inburgeringsplichtige in de gelegenheid tot samenspraak over de manier waarop de inburgeringsplichtige aan zijn inburgeringsplicht moet voldoen, waarna het college het PIP vaststelt.
Binnen 10 weken na inschrijving in het BRP vindt er een gesprek plaats tussen het college en de inburgeringsplichtige waarin het PIP wordt toegelicht en door beide partijen ondertekend.
Het college registreert de datum van vaststelling van het PIP in het ISI.
Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld, verhuist naar de gemeente stelt het college het PIP opnieuw vast. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door het college van de gemeente van vertrek is vastgesteld.
Er vindt daartoe een gesprek plaats tussen het college en inburgeringsplichtige binnen 10 weken na inschrijving in het BRP. In dit gesprek wordt het PIP toegelicht en wordt het PIP door beide partijen ondertekend.