Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 23

Onaanvaardbaar wangedrag: maatregelen

Onderdeel van Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer gemeente Utrecht

1.. Burgemeester en wethouders hanteren per categorie onaanvaardbaar wangedrag bedoeld in artikel 22, tweede lid, een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging. 2.. Stappenplan bij lichte misdragingen: In beginsel vindt eerst een gesprek plaats tussen de ouder(s) en de chauffeur of de vervoerder met als doel het gedrag van de leerling te verbeteren. Zo nodig betrekt één van de partijen de gemeente of school bij het zoeken naar een oplossing; Als het gedrag na het gesprek niet verbetert volgt een schriftelijke waarschuwing; Als het gedrag na de schriftelijke waarschuwing niet verbetert, wordt het stappenplan bij ernstige misdragingen toegepast. 3.. Stappenplan bij ernstige misdragingen: het aangepast vervoer wordt tijdelijk opgeschort. De ouder(s) ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging. De opschorting kan niet langer duren dan acht (8) weken. Gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan. Tijdens de opschorting overleggen ouder(s) en gemeente om te komen tot een structurele oplossing na de opschorting; als het gedrag na de tijdelijke opschorting niet verbetert, wordt het stappenplan bij zeer ernstige misdragingen toegepast. 4.. Stappenplan bij zeer ernstige misdragingen: het aangepast vervoer wordt opgeschort voor de rest van het betreffende schooljaar. De ouder(s) ontvangen hierover een brief; herhaalt het gedrag zich in het daaropvolgende schooljaar dan wordt het aangepast vervoer definitief beëindigd. Leerlingenvervoer is dan alleen mogelijk in de vorm van een vergoeding voor eigen of openbaar vervoer. 5.. Als sprake is van meerdere misdragingen geldt in beginsel de maatregel uit het stappenplan dat hoort bij de meest ernstige misdraging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel