Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Integrale verordening Sociaal Domein Woudenberg 2023

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het door het Rijk vastgestelde abonnementstarief, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 5.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b tweede lid, van de Wmo worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door CAK vastgesteld en geïnd. 6.. De kostprijs van een: Maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de voorziening afneemt van of aanschaft bij een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten waaronder instandhoudingskosten. Maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom) pgb is gelijk aan het totale bedrag van het pgb. 7.. Voor de in lid 3 bedoelde eigen bijdrage kan naar de regels van de Verordening bijzondere bijstand een beroep op bijzondere bijstand worden gedaan. 8.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen: sportvoorzieningen; bezoekbaar/logeerbaar maken van een woning; tijdelijke huisvesting; huurderving; het verwijderen van een woonvoorziening; woonsanering; verhuis- en herinrichtingskosten. 9.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een rittarief per zone verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze kosten bedragen maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer, waarbij de aanbieder het rittarief int.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel