Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1

Artikel 41.

Loonkostensubsidie en loonwaarde

Onderdeel van Integrale verordening Sociaal Domein Woudenberg 2023

1.. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet. 2.. Het college stelt de loonwaarde van een belanghebbende vast, indien een werkgever voornemens is met deze persoon een dienstbetrekking aan te gaan. 3.. Het college stelt de loonwaarde vast op grond van het rapport van de door de gemeente in te schakelen loonwaardedeskundige. 4.. Indien de loonwaarde van een persoon nog niet is vastgesteld, kan het college gedurende maximaal zes maanden een forfaitaire loonkostensubsidie toekennen, indien reeds is vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en de werkgever bereid is de persoon reeds een dienstverband aan te bieden. 5.. De forfaitaire loonkostensubsidie bedraagt 50% van het WML tot het moment dat de loonwaarde is vastgesteld. Vanaf de maand volgend op de vaststelling van de loonwaarde wordt de forfaitaire loonkostensubsidie omgezet naar de definitieve loonkostensubsidie. 6.. Een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie kan volgen op een proefplaatsing, indien tijdens de proefplaatsing de vaststelling van de loonwaarde nog niet heeft kunnen plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel