Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 23.

Samenspraak en spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Oude IJsselstreek 2023

1. Burgers of vertegenwoordigers van bedrijven, instellingen en organisaties kunnen spreektijd verkrijgen voor informatie aan, samenspraak met of inspraak tot een raadscommissie. Deze mogelijkheid wordt bekend gemaakt op de website. 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel kunnen burgers die een politieke groepering vertegenwoordigen en burgers die op een kandidatenlijst voor de raadsverkiezingen staan geen spreektijd verkrijgen, anders dan als fungerend gemeenteraadslid of fractieassistent. 3. Spreektijd kan worden verkregen over elk onderwerp dat het gemeentebestuur aangaat. 4. In afwijking van het tweede lid van dit artikel bestaat geen spreekrecht in procedures over: a. besluiten waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. onderwerpen waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 5. In procedures zoals bedoeld in lid 4. sub a en c van dit artikel kunnen commissieleden in de desbetreffende vergadering verhelderingsvragen stellen aan belanghebbenden. Belanghebbenden worden hiervan vooraf op de hoogte gesteld, waarbij duidelijk wordt aangegeven dat het niet vanzelfsprekend is dat er verhelderingsvragen zijn. 6. Degene die spreektijd wenst, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. De commissiegriffier stelt de commissie op de hoogte van dit verzoek. 7. Bij aanvragen voor spreektijd over onderwerpen die niet geagendeerd zijn bepaalt de agendacommissie wanneer de spreektijd wordt ingepland. De spreektijd zal worden gepland op een tijdig en nuttig moment uit oogpunt van de procedures rond het aangevraagde onderwerp. 8. De agendacommissie voorziet in voldoende (be)spreektijd voor de aard van het onderwerp. 9. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 10. De agendacommissie bepaalt of het college en/of derden uitgenodigd worden mee te spreken over het aangevraagde onderwerp, resp. of schriftelijke informatie over het onderwerp vooraf nodig is. 11. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. 12. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 13. Met de burger die samenspraak heeft aangevraagd kan, indien de voorzitter dat toestaat, wel discussie gevoerd worden. 14. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel