Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd, zoals bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet, en overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget zolang de cliënt gebruik maakt van de maatwerkvoorziening in natura of het persoonsgebonden budget of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
In afwijking van lid 1 is geen eigen bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4a a van de wet verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen:
rolstoelvoorzieningen;
kind voorzieningen, niet zijnde een woningaanpassing;
Publiek Vervoer (Wmo-deel) regiotaxi (wel een bijdrage tarief gebaseerd op de kostprijs van het OV, conform de tariefstelling van het OV-bureau Groningen Drenthe);
financiële tegemoetkomingen.
De bijdrage in de kosten voor woningaanpassingen en hulpmiddelen overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.
Voor de kostprijzen van de vastgestelde maatwerkvoorzieningen in de vorm van woningaanpassingen en hulpmiddelen wordt aansluiting gezocht bij de kostprijzen zoals deze worden gehanteerd door de gecontracteerde aanbieders;
De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing of hulpmiddel wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing of hulpmiddel wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom);
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen eigen bijdrage is verschuldigd.
De bijdrage gaat in op het moment van levering van een voorziening of aanvang van een dienst en stopt na beëindiging van de voorziening of de beëindiging van de bruikleenovereenkomst.
Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen,
en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 29.
Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Het Hogeland 2023