Naar hoofdinhoud

Artikel IV.

Indexering

Onderdeel van Beleidsregels subsidieverstrekking 2023

Ten aanzien van de indexering wordt onderscheid gemaakt in primaire voorzieningen en secundaire voorzieningen. 1. Indexering subsidies t.b.v. primaire voorzieningen Bij de primaire voorzieningen wordt vervolgens weer onderscheid gemaakt in structurele subsidies en éénmalige subsidies (subsidies met een looptijd van maximaal drie jaar). 1a. Structurele subsidies primaire voorzieningen Voor de indexering van de structurele subsidies wordt er een onderverdeling gemaakt in personele kosten en overige kosten. Personele kosten. Voor de indexering van de personele kostencomponent in de subsidies aan de primaire organisaties volgen wij het advies van de VNG en hanteren wij vanaf 2023 de zogenaamde OVA-index. Deze index komt redelijk overeen met de percentages die wij in de afgelopen jaren hebben gehanteerd voor loonstijgingen uit de verschillende Cao’s van de primaire organisaties. De éne organisatie zal een voordeel hebben, de ander een nadeel. Voordeel van het hanteren van deze index is dat de verplichte loonstijging van 1,13% vanaf 2022 voor personeel in zorg- en welzijnssector is meegenomen. Gemeenten hebben vanaf 2022 via de algemene uitkering een compensatie ontvangen voor deze verplichte extra loonstijging. Nabetaling over 2022 Op basis van deze lijn is in 1e instantie over het aandeel personele kosten in de subsidie 2022 een correctie toegepast in verband met compensatie verplichte loonstijging van 1,13% m.b.t. structurele subsidies. Voorlopige OVA index 2023 De voorlopige OVA index voor 2023 is vastgesteld op 4,74% Voor het berekenen van het aandeel personele kosten in de subsidie inclusief de indexering m.bt. de OVA index geldt de volgende formule voor 2023: Aandeel personele kosten in % van totale begroting van het jaar 2022 zoals die door het bestuur is vastgesteld. Dit percentage wordt vervolgens toegepast op het herziene subsidiebedrag jaar 2022. (subsidiebedrag inclusief nabetaling 1,13% m.b.t. personele kosten) Het aldus verkregen bedrag wordt vervolgens vermenigvuldigd met 1,0474. Na afloop van het jaar volgt verrekening op basis van de definitieve OVA-index. Materiële kosten Inhaalslag 10% t/m jaar 2022 In de afgelopen jaren is er geen index toegepast op het aandeel materiële kosten in de subsidie en werd de nullijn toegepast. Daardoor ontstond er scheefgroei in de jaarlijkse aanpassing van de subsidies en de kostenstijgingen waarmee de instellingen te maken hebben. Gevolg hiervan was dat de instellingen financieel onder druk kwamen te staan. Gelet op het belang dat wij hechten aan de primaire voorzieningen, hebben wij besloten om de scheefgroei te compenseren en wordt in eerste instantie over het aandeel materiële kosten in de subsidie, in de vorm van een inhaalslag, een index van 10% toegepast. Index 2023 materiële kosten Voor wat betreft de jaarlijkse kostenstijging, gaan wij voor 2023 uit van: Een vast percentage van 2% indien het aandeel materiële kosten in de subsidie niet hoger is dan € 50.000,- Het CPI index (Consumenten Prijs Index) over 2023 indien het aandeel materiële kosten hoger is dan € 50.000,-. Deze index wordt in eerste instantie voorlopig vastgesteld op basis van de meicirculaire 2022 m.b.t. de algemene uitkering uit het Gemeentefonds; waarbij het voorlopig CPI index voor 2023 geraamd is op 2,4%. Na afloop van het jaar wordt afgerekend op basis van het definitief vastgestelde CPI index 2023. Ter toelichting met betrekking tot punt a. Mocht de werkelijke prijsstijging afwijken van deze 2%, dan levert dit deze partijen slechts een beperkt voor- of nadeel op en weegt het niet op tegen de administratieve last voor gemeente en stichting wanneer wel het fluctuerende prijsindexatiecijfer wordt gebruikt. Uitzondering Bovenstaande indexeringsregels zijn van toepassing voor de structurele subsidies ten behoeve van de instellingen die behoren tot de primaire voorzieningen; dit met uitzondering van Vizier antidiscriminatie- voorziening. Voor deze organisatie geldt alleen een index van 2% op het bedrag per inwoner, waarbij het bedrag per inwoner uitkomt op € 0,463. De reden van de uitzondering heeft te maken met het feit dat in de gelopen jaren het bedrag per inwoner al aanzienlijk is verhoogd en het toepassen van een inhaalslag van 10% daardoor niet aan de orde is. Rekenvoorbeeld Om de indexeringssystematiek te verduidelijken is in bijlage 2 een rekenvoorbeeld aangegeven. 1b. Incidentele subsidies primaire voorzieningen Vanwege het incidentele karakter van de subsidie wordt de nullijn gehanteerd m.b.t. indexering 2. Indexering subsidies t.b.v. secundaire voorzieningen Anders dan bij primaire voorzieningen, ligt bij secundaire voorzieningen de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij betreffende organisatie. De gemeente ondersteunt de organisatie veelal in de vorm van een waarderingssubsidie. Mede om deze reden is bij de uitgangspunten voor de gemeentebegroting 2023 besloten om voor deze subsidies de nullijn toe te passen, waarbij opgemerkt wordt dat de nullijn ook voor menig ander onderdeel in de gemeentebegroting wordt toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel