Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2022

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit en door dezelfde ondernemer wordt geëxploiteerd. Voor zowel de winkel als de openbare inrichting gelden de sluitingstijden in de Winkeltijdenwet. Ondergeschikte horeca zonder een exploitatievergunning is enkel toegestaan indien: de activiteit past in het bestemmingsplan; de openings- en sluitingstijden van de horeca als nevenactiviteit hetzelfde als van de hoofdfunctie; aan of bij de openbare weg geen aanduidingen worden gegeven waaruit op te maken valt dat in de inrichting etenswaren en dranken tegen betaling worden verstrekt voor gebruik ter plaatse; er geen reclame wordt gemaakt voor de horeca als nevenactiviteit; de horeca als nevenactiviteit inclusief zitgelegenheid of terras wordt uitgeoefend op een vloer- en grondoppervlakte dat niet meer bedraagt dan maximaal 25% van m2 wvo van de inrichting waarin de hoofdactiviteit wordt uitgeoefend, met een maximum van 35 m2 wvo; er geen alcoholhoudende dranken worden verkocht; de ondergeschikte horeca-activiteit voldoet aan alle wet- en regelgeving. Van de bovenstaande criteria kan geen ontheffing worden verleend. 4.. Voorts geldt het eerste lid niet voor: hotels waar uitsluitend voor hotelgasten dranken worden geschonken en/of eetwaren worden verstrekt; prostitutiebedrijven waarvan een deel voor horeca is bestemd; sauna's en zonnecentra; bedrijfskantines- of restaurants; kerken/synagogen/ moskeeën; inrichtingen voor Bed & Breakfast indien tegelijkertijd aan niet meer dan 4 personen in maximaal 2 kamers bed & breakfast wordt aangeboden; zorginstellingen; musea waar uitsluitend voor museumgasten dranken worden geschonken en/of eetwaren worden verstrekt. 5.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden over de ingebruikneming van die plaats ten behoeve van het terras. 6.. Onverminderd het gestelde in het tweede lid en in artikel 1:8 kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die plaats ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting horende terrassen weigeren: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van die openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; als dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. 7.. Het bepaalde in het vijfde en zesde lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Gelderland. 8.. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid. 9.. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het achtste lid, onder a.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel