Naar hoofdinhoud

Artikel 4

– Subsidiabele kosten

Onderdeel van Subsidieregeling Versnellingsagenda regio Noordoost-Fryslân 2023

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle projectkosten, met uitzondering van de in het tweede lid genoemde kosten, in aanmerking voor subsidie. Niet subsidiabele kosten zijn: kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, tenzij het kosten betreft van projectvoorbereiding, planvorming, onderzoek of voorlichting en voor zover die gemaakt zijn maximaal een jaar voordat het project is gestart; kosten van rente voor bankdiensten en/of financieringen; kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties; verrekenbare of compensabele omzetbelasting; vervangingsinvesteringen; kosten voor de reguliere bedrijfsvoering; inbreng van arbeid verricht door vrijwilligers; aankoop of inbreng van onroerend goed. In geval van uitbreidingsinvesteringen en/of in kind bijdrage geldt dat enkel op de economische levensduur gebaseerde afschrijvingskosten die vallen binnen de projectperiode subsidiabel zijn. Lid 3 van dit artikel geldt niet voor non-profit organisaties zonder verdienmodel voor zover het uitbreidingsinvesteringen betreft. Inbreng van betaalde arbeid wordt forfaitair gewaardeerd op € 50,00 per uur, waarbij voor kennis- en onderzoeksinstellingen en non-profitorganisaties als bedoeld in artikel 1, de inbreng van betaalde arbeid gewaardeerd kan worden op basis van goedgekeurde en gecontroleerde IKS tarieven of, indien deze niet van toepassing zijn, flat-rate systematiek met een vaste opslag van maximaal 35% en een maximum tarief van € 120,00 per uur (inclusief opslag).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel