Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023

1.. Het eigenarendeel voor woningen wordt geheven naar een vast bedrag per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.. Het gebruikersdeel voor woningen wordt geheven naar een vast bedrag per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 3.. Het eigenarendeel voor niet-woningen wordt geheven naar de waarde van het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 4.. Het gebruikersdeel voor boerderijen wordt geheven naar de waarde van het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 5.. Het gebruikersdeel voor niet-woningen, niet zijnde boerderijen, wordt geheven naar de waarde van het perceel, verhoogd met een bedrag, geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd indien het perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 6.. Het aantal kubieke meters water, bedoeld in het vijfde lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 7.. In afwijking van het zesde lid, wordt bij afwezigheid van een verbruiksperiode voor het perceel in geval van nieuwbouw of verbouw, of als er in de verbruiksperiode geen water naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt, het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op 500 m3, tenzij aannemelijk is dat er meer dan 500 m3 wordt afgevoerd. In de laatste situatie zal de gebruiker worden verplicht een aangifte in te vullen. In dat geval wordt de belastingschuld voor het eerste belastingjaar vastgesteld aan de hand van het waterverbruik in het eerste jaar. 8.. Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie voorzien zijn van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 9.. Indien wordt aangetoond dat toegevoerd of opgepompt water niet door middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd en indien deze hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde of opgepompte hoeveelheid water bedraagt, wordt de op voet van het zesde lid bepaalde hoeveelheid afgevoerd water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid water. 10.. Indien voor de direct of indirect op de gemeentelijke riolering aangesloten percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke gebruikers wordt gebruikt voor de onderlinge verdeling van de waternota van de waterleidingmaatschappij en bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgegaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van beschikbare gegevens. 11.. Een belastingplichtige, welke de voor de berekening van de heffing in aanmerking te nemen hoeveelheid water niet of niet uitsluitend van een waterleidingbedrijf heeft afgenomen, is verplicht jaarlijks aangifte te doen van de hoeveelheid op andere wijze toegevoerd of opgepompt water. 12.. Een terrein voor verblijfsrecreatie dat op basis van artikel 1, sub b, onderdeel 5, als één onroerende zaak wordt aangemerkt, wordt voor de toepassing van deze verordening als niet-woning beschouwd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel