Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening havengeld 2023

Van het havengeld zijn vrijgesteld: overheidsschepen; hospitaalschepen zijnde: de Zonnebloem met rijnvaartnummer; 02327391; de J. Henry Dunant met rijnvaartnummer; 02322387; de Prins Willem Alexander met rijnvaartnummer; 02325776; een tot de inventaris van een schip behorend werkvlot met een oppervlakte van maximaal 8m² of een roeiboot of opblaasbare boot, al dan niet met aanhangmotor, behorende bij een schip en aansluitend in gebruik tot onmiddellijke scheepsdienst of tot het overbrengen van opvarenden; schepen die zijn opgenomen als Varend Monument (categorie A) in het nationaal register van varende monumenten (NRVM) van de Federatie van Varend Erfgoed Nederland (FVEN) en die niet voor commerciële doeleinden en/of bedrijfsmatig worden geëxploiteerd, voor ten hoogste een tijdvak van drie dagen per jaar; zeeschepen, welke de gemeente aandoen uitsluitend om zieken of doden aan land te zetten; schepen die worden gebruikt ten behoeve van het onderhoud, de verbetering en de uitbreiding van de in deze verordening bedoelde wateren, kaden en werken, voor zover deze worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente; schepen die deelnemen aan de door de Vlootschouw Commissie Den Oever georganiseerde Flora- en Visserijdagen, gedurende de Flora- en Visserijdagen. Het college van Burgemeester en Wethouders kan vaartuigen vrijstelling geven van de betaling van havengelden. Het college van B&W kan monumentaal varend erfgoed vrijstelling geven van de betaling van havengelden, mits er regelmatig onderhoud wordt gepleegd en dus als zodanig in stand worden gehouden. Het college van B&W geeft in ieder geval de Wieringer aken WR4 en WR173, de Wieringer skuut WR60 en de Kolhorner ansjovisjol KH44 vrijstelling voor betaling van havengelden. Artikel 8 Heffingstijdvak Het havengeld wordt per heffingstijdvak geheven. Een heffingstijdvak duurt: voor een bedrijfsmatig zeilschip in de periode van april tot oktober één dag en geldt van 12:00 uur tot de volgende dag 12:00 uur; voor pleziervaartuigen een etmaal en begint met ingang van de dag waarop de ligplaats wordt ingenomen; voor schepen niet genoemd onder a. en b. een week met ingang van de dag waarop een ligplaats wordt ingenomen dan wel met ingang van de dag waarop een voorgaand tijdvak is verstreken zonder de ligplaats te hebben verlaten. Als het havengeld naar jaartarief wordt geheven is het heffingstijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Bij het opnieuw innemen van een ligplaats begint een nieuw tijdvak.

Rechtspraak bij dit artikel