Aanbieder hanteert voor de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag de ‘VNG adviestabel ouderbijdragen peuteropvang’ van het betreffende jaar.
Voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage worden, voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders of bij een éénoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing.
Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op subsidie zodra het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders worden door de aanbieder verplicht per ommegaande te melden dat zij in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
Als een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie van de geldende VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang vallen, kan een aanbieder de ouderbijdrage herzien op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of de meest recente Inkomensverklaring.
Aanbieder beschikt (voor de peuters waarvoor subsidie wordt ontvangen) over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
een door de ouder(s) ondertekende plaatsingsovereenkomst met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouder(s);
naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft;
een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
de inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag op basis waarvan de hoogte van de ouderbijdrage is vastgesteld;
een bewijs van indicatiestelling voor VE van JGZ.
Aanbieder levert aan de gemeente uiterlijk op 1 mei, 1 augustus en op 1 november de gerealiseerde cijfers van respectievelijk het eerste, tweede en derde kwartaal van het lopende jaar. Deze cijfers worden aangeleverd door middel van het hiertoe vastgestelde verantwoordingsformat.
Artikel 6.
Specifieke uitvoeringsregels
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hardinxveld-Giessendam 2023