Een pgb wordt verstrekt, indien de pgb-beheerder naar het oordeel van het college voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake en de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit kan voeren.
Er sprake is van een redelijke waardering van belangen als bedoeld in het eerste lid als de pgb-beheerder:
in staat is de eigen situatie en die van de cliënt te overzien en zelf de benodigde hulp van voldoende kwaliteit in de zin van artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel c van de Wmo 2015 kan kiezen, regelen en aansturen;
op de hoogte is van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en daarmee om kan gaan;
in staat is de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals in ieder geval een aanbieder uitzoeken die voldoende kwaliteit kan bieden in de zin van artikel 14 van de Verordening, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen en het bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp.
Om te beoordelen of de aanvrager in staat is om de aan een pgb verbonden taken als bedoeld in het eerste lid op verantwoorde wijze uit te voeren kan de door Per Saldo opgestelde zelf- test worden gebruikt als indicatie. (http://www.pgb.nl/test-uzelf-pgb-iets-voor-u/zelftest)
In het geval van verstrekking van een eenmalig Pgb, wordt het bedrag rechtstreeks door de gemeente verstrekt aan de gekozen leverancier.
Artikel 10.
Het verstrekken van een Persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2024