Een vervoersvoorziening bij een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel kan bestaan uit:
de aanpassing van een fiets;
een voor de cliënt niet algemeen gebruikelijke fiets ;
een rolstoelfiets of handbike;
Een cliënt kan in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in het vorige lid indien:
zijn beperking het gebruik van een gewone fiets of een aankoppelfiets onmogelijk maakt en
hij zijn vervoersbehoefte merendeels met een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel kan invullen.
Voor een kind kan een vervoersvoorziening tevens bestaan uit een individueel aangepast fietszitje of fietsaanhanger als een standaard voorziening niet mogelijk is.
Artikel 34.
Door spierkracht voortbewogen vervoermiddel
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2026