Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 10.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Tytsjerksteradiel 2023

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen dan wel zijn zelfredzaamheid of participatie kan handhaven of verbeteren; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; wanneer de voorziening voor cliënt algemeen gebruikelijk is; wanneer het om een voorziening gaat die cliënt na de melding en vóór de datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken. Deze bepaling geldt niet wanneer de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van cliënt om, of wanneer cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; voor zover deze niet in overwegende mate op een individuele cliënt is gericht. wanneer deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding. 2.. Geen maatwerkvoorziening, met uitzondering van een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen en opvang, wordt verstrekt: wanneer cliënt geen ingezetene is van de gemeente Tytsjerksteradiel; in afwijking van lid 2 a kan een woonvoorziening worden getroffen voor het bezoekbaar maken van de woning wanneer de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een verzorgingsinstelling (Wet langdurige zorg). Het gaat hier in beginsel om de woning van de ouder(s) of partner. Voor het bezoekbaar maken gelden de volgende regels: de aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat; de bezoekbaar te maken woning staat in de gemeente Tytsjerksteradiel ; er wordt maximaal één woning bezoekbaar gemaakt. In het geval er sprake is van ouders die niet samenwonen kunnen er maximaal twee woningen bezoekbaar worden gemaakt; onder bezoekbaar maken van de woning wordt uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woning en de woonkamer kan bereiken en het toilet kan bereiken en gebruiken; voor het adres waar het kind niet staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBP) wanneer de ouders niet samenwonen. Wanneer de ouders niet samenwonen kan de woning voor het adres in de gemeente Tytsjerksteradiel waar het kind niet staat ingeschreven in de GBP wel bezoekbaar worden gemaakt. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van niet voor permanente bewoning geschikte woonruimte zoals hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers. Dit geldt niet voor een voorziening voor verhuizing en inrichting wanneer de cliënt verhuist van een niet voor permanente bewoning geschikte woonruimte naar een voor permanente bewoning geschikte woonruimte; voor specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten, of voorzieningen die zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen bij (nieuw)bouw, verbouw, of renovatie. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; wanneer de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; wanneer de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 4.. Voor zover de cliënt in zijn vervoersbehoefte kan voorzien door middel van collectief vervoer, wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel