In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt de BIZ-bijdrage niet geheven ter zake van:
onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard;
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;
begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria;
crèches/peuterspeelzalen, scholen, dagverblijven, speeltuinen, sportterreinen;
onbebouwde kavels c.q. braakliggende bouwterreinen;
trafo’s;
belastingobjecten die in hoofdzaak worden gebruikt door instellingen van charitatieve aard zonder winstoogmerk voor wat betreft de gebruikersheffing.