**1..** Jeugdigen en/of zijn ouder kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
eigen kracht van de ouder en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten;
door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
door gebruik te maken van een andere voorziening.
**2..** Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of zijn ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**3..** De voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal één maand vóór de aanvraag.
**4..** Het college verstrekt geen individuele voorziening als:
de jeugdige en/of zijn ouder de hulpvraag middels eigen kracht of middels het sociaal netwerk kunnen oplossen;
er gebruik gemaakt kan worden van een aanvullende verzekering die is afgesloten;
er een overige voorziening bestaat;
de individuele voorziening betrekking heeft op kosten die zijn gemaakt over een periode langer dan één maand voor de aanvraag.
**5..** Het college kan beleidsregels vaststellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 11.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Twenterand 2023