Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 11.

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Twenterand 2023

1.. Jeugdigen en/of zijn ouder kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: eigen kracht van de ouder en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten; door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; door gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of zijn ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. De voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal één maand vóór de aanvraag. 4.. Het college verstrekt geen individuele voorziening als: de jeugdige en/of zijn ouder de hulpvraag middels eigen kracht of middels het sociaal netwerk kunnen oplossen; er gebruik gemaakt kan worden van een aanvullende verzekering die is afgesloten; er een overige voorziening bestaat; de individuele voorziening betrekking heeft op kosten die zijn gemaakt over een periode langer dan één maand voor de aanvraag. 5.. Het college kan beleidsregels vaststellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel