Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 6.

Niveaus (uitwerking artikel 4, lid 1, onder a verordening)

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Twenterand 2023

1.. Binnen de individuele voorzieningen OB 1, OB 2, OB 3 en OB 4 zijn drie niveaus te onderscheiden namelijk niveau A, B en C. Deze niveaus worden hierna uitgewerkt. 2.. Kenmerken van jeugdige en/of zijn ouder die onder niveau A vallen: er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek ; er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context; de jeugdige en/of zijn ouder kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning; de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering; de jeugdige en/of zijn ouder heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren; de jeugdige en/of zijn ouder is gemotiveerd voor het volgen/ontvangen van ondersteuning. 3.. Kenmerken van jeugdige en/of zijn ouder die onder niveau B vallen; er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning; de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot; de jeugdige en/of zijn ouder kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren; de motivatie van de jeugdige en/of zijn ouder voor het volgen van de ondersteuning is wisselend. 4.. Kenmerken van jeugdige en/of zijn ouder die onder niveau C vallen: er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning; de ondersteuning is niet routinematig; er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context; er is hoog risico op escalatie/gevaar; met de jeugdige en/of zijn ouder is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig; de jeugdige en/of zijn ouder kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren; er kan verscherpt toezicht nodig zijn; de jeugdige en/of zijn ouder is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.

Rechtspraak bij dit artikel