Naar hoofdinhoud
1.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Verder is niet van belang hoeveel maatwerkvoorzieningen de cliënt heeft of de cliënten hebben. Er geldt één bijdrage, ongeacht het aantal maatwerkvoorzieningen (artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015); 2.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; Pgb is gelijk aan de hoogte van het Pgb. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. 3.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of Pgb door de instellingen die de opvang uitvoeren en hiervoor door het college worden gefinancierd, vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel