**1..** Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald kan een cliënt in aanmerking komen voor dagbesteding indien:
Sprake is van een cliënt met een verstandelijke, zintuiglijke, lichamelijke en/of psychische of geriatrische beperking bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk én hij bovendien:
niet in staat is betaald werk – al dan niet aangepast- of vrijwilligerswerk te verrichten of
geen arbeidsvermogen heeft, of
niet in staat is om zelfstandig een zinvolle invulling te geven aan de dag.
**2..** Dagbesteding bestaat uit activiteiten die in groepsverband plaatsvinden op een locatie buiten de woonsituatie, en die, afhankelijk van de persoonskenmerken van de inwoner en het in te zetten product, gericht zijn op:
het bevorderen en/of behouden van de cognitieve en/of fysieke zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl;
het ontlasten van de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp levert;
het bieden van structuur;
**3..** Bij het bepalen van de noodzaak voor ondersteuning in de vorm van dagbesteding worden de volgende voorwaarden gehanteerd:
cliënt heeft beperkingen op het gebied van fysieke en/of cognitieve zelfredzaamheid;
cliënt heeft de pensioengerechtigde leeftijd niet bereikt en vastgesteld is dat er geen arbeidsvermogen is en/of geen vrijwilligerswerk kan worden verricht;
cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk, of;
het netwerk en de mantelzorger zijn niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren;
de benodigde ondersteuning heeft niet als hoofddoel het ontmoeten van anderen (in het kader van bestrijding van eenzaamheid);
Hoofdstuk 3:
Artikel 13.