Voor koersrisicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:
Overtollige liquide middelen worden uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren) of lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen.
Aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak;
De looptijd van uitzetting wordt afgestemd met de liquiditeitenplanning.